Wat is stotteren?

 

Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakbeweging niet vloeiend verloopt. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd. Soms worden ze er met veel spanning uit geperst. Daarnaast kunnen zich begeleidende symptomen voordoen. Voorbeelden zijn: meebewegingen in het gezicht en van lichaamsdelen, verstoring van de adem, transpireren en spanning. Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken omzeilen, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van. Stotteren kan de communicatie ernstig verstoren.

Over de oorzaak van stotteren zijn in de loop der tijd verschillende theorieën beschreven. Vroeger dacht men dat stotteren vooral aangeleerd gedrag was. Tegenwoordig wordt stotteren gezien als een aanleg tot ontregeling van de spraakmotorische processen. Dit zijn ademhaling, stemgeving en articulatie. Emoties en gedachten rond het spreken, alsook omgevingsfactoren zijn hierop van invloed.

Stotteren begint meestal bij kinderen tussen de twee en zes jaar, maar het kan zich ook op latere leeftijd, bijvoorbeeld tijdens de puberteit, ontwikkelen. Bij een grote groep jonge kinderen gaat stotteren vanzelf over, maar bij sommige jonge kinderen is behandeling door een logopedist-stottertherapeut nodig. De logopedist-stottertherapeut kijkt dan naar de aanwezigheid van risicofactoren die de kans op blijvend (chronisch) stotteren vergroten. Het is dan belangrijk om snel en op jonge leeftijd met therapie te beginnen (‘vroegbehandeling’). Dit verhoogt de kans op herstel.

Stotteren kan ook ontstaan na hersenletsel, bijvoorbeeld na een beroerte. Ook voor dit type stotteren is behandeling mogelijk.